Louisa van der Pol ISBN: 978 90 8560 539 3 112 pagina's Eerste druk 2008
Wat betekent het om dakloos te zijn? Lotte heeft daar nog nooit bij stilgestaan. Door een incident bij de supermarkt komen zij en haar moeder in contact met de daklozenkrantverkoper die met zijn zieke vrouw in een caravan op de parkeerplaats staat. Lotte vindt de caravan vies en ze verstaat niet wat de man en de vrouw zeggen. Thuis aan tafel krijgen haar vader en moeder bijna ruzie over de mensen in de caravan. Haar broer Chiel doet een beetje stoer en praat na wat hij op school hoort over 'dat soort schooiers'. Dan blijkt ieder toch op zijn eigen manier betrokken te zijn bij dit probleem dat alle mensen kan overkomen. Lotte en Chiel maken een plan om de daklozen te helpen.
fragment verhaal
'Er zijn genoeg Nederlandse daklozen, ondanks de goede zorg van de regering.' Moeder kijkt even naar Lotte. Zou ze erg bang worden van wat ze nu gaat zeggen? Zou ze er iets van begrijpen? Toch zegt moeder het: 'Weet je wel, Chiel, dat iedereen dakloos kan worden? Jij later misschien ook? En wij, en je leraar op school?'
Lotte kijkt met grote ogen naar vader. Die schudt zachtjes met zijn hoofd.
Chiel schiet in de lach: 'Doe niet zo dom, mam. U hebt er echt geen verstand van.' Hij ziet het al voor zich. 'Dit zijn heel andere mensen, mam, echt heel andere mensen dan u of mijn leraren op school. Zij zien er niet uit en ze liggen, helemaal teut, in bosjes op straat. Maar u gaat met de eerste de beste schooier die u tegenkomt mee. En er zelfs voor koken. Belachelijk.'
Tien jaar en ouder