Ilja Maso
ISBN: 978 90 8850 001 5
32 pagina's
Wetenschappers behoren kennis en vaardigheden te bezitten waardoor ze
hun werk goed kunnen doen. Dat is evenwel niet voldoende. Ook hun
houding is daarbij essentieel. Zo maakt het een groot verschil of ze hun
vak wel of niet met oogkleppen op beoefenen.
In deze rede onderscheidt Ilja Maso vijf bestaande houdingen van wetenschappers.
Vier daarvan behoren volgens hem in de wetenschap niet thuis.
Slechts de door Charles Sanders Peirce beschreven 'wetenschappelijke
houding' en de daarbij passende door Friedrich von Schillers geschetste
'filosofische geest' behoren daartoe.
Binnen het wetenschappelijk bedrijf bezitten echter weinigen deze houding
'n het streven naar voortreffelijkheid die ze met zich meebrengt.
De universiteiten, die de behoeders daarvan zouden moeten zijn, hebben
namelijk in de eerste plaats belang bij een groot aantal proefschriften,
gerefereerde internationale artikelen, 'binnen de tijd' behaalde diploma's
en financiƫle middelen. Toch kan de wetenschappelijke houding via het
onderwijs haar plaats (terug) krijgen die ze behoort te hebben. Op basis
van de dialectische dialoog van Socrates schetst Maso hoe dat kan.
Ilja Maso (1943) is emeritus hoogleraar Wetenschapstheorie aan de
Universiteit voor Humanistiek.