Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding
Micha de Winter ISBN: 978 90 8850 187 6 160 pagina's Gebonden 3e druk september
Er is een duidelijke relatie tussen opvoeding en de manier waarop het er in de wereld aan
toe gaat. Als kinderen van jongs af aan meekrijgen dat het normaal is om er bij het minste of
geringste op los te slaan, dan zullen ze als volwassenen hoogstwaarschijnlijk niet erg gediend
zijn van het poldermodel. En wie opgroeit in een samenleving of buurt waarin het recht van
de sterkste heerst, loopt een flinke kans om van zijn ouders te leren dat praten weinig helpt.
Beroemde filosofen en pedagogen, zoals Kant, Dewey, Montessori en Freire legden een
direct verband tussen de sociale en politieke misstanden uit hun tijd en de manier waarop
kinderen werden grootgebracht. Aan die analyse ontleenden ze de ambitie om met behulp van
pedagogische hervormingen de wereld te willen verbeteren.
Om allerlei redenen is het tegenwoordig niet meer hip om opvoeding en ‘de toestand in de
wereld’ met elkaar in verband te zien. Opvoeding is nu een individueel project, een soort
gedragstherapie. Maar is een kind eigenlijk wel goed opgevoed als hij niet crimineel is
geworden? Of als zij niet ten prooi is gevallen aan een loverboy of breezersex? De stelling
van dit boek is dat het in opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid om veel meer zou moeten
gaan dan gedrag. Bijvoorbeeld om het leren begrijpen en internaliseren van democratisch
burgerschap, humaniteit en vrijheid. Wat betekent het om te leven in een democratische
samenleving waarin je recht hebt op een eigen identiteit, maar waarin je dan ook anderen
datzelfde recht moet gunnen? Hoe bied je weerstand tegen het verleidelijke wij-zij denken,
dat enerzijds een veilig gevoel van verbondenheid geeft, maar anderzijds het risico van
dehumaniseren en uitsluiten van de ander met zich meebrengt?
Dit boek heeft niet de pretentie om wereldproblemen op te lossen. Maar het heeft wel een hele
duidelijke ambitie: namelijk om iedereen die zich met opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid
bezighoudt weer flink wat ambitieuzer te maken als het om sociale, maatschappelijke en
globale doelen van opvoeding gaat. De manier waarop kinderen worden grootgebracht maakt
immers groot verschil. Niet alleen voor hun eigen leven hier en nu, en tijdens de rest van hun
bestaan. Maar ook voor de manier waarop mensen dagelijks met elkaar samenleven in allerlei
sociale verbanden, voor de mate waarin ze bereid zijn actief te participeren in de politieke
gemeenschap, en uiteindelijk ook voor hun betrokkenheid bij het leven en de problemen van
mensen elders in de wereld.
NBD|Biblion recensie
...Voor iedereen die belangstelling heeft voor de betekenis en plaats van de opvoedkunde in deze tijd biedt dit boek allerlei nieuwe perspectieven. (Drs. P.C.B. de Jager)
Aanbeveling
Expertis Onderwijsadviseurs en Hogeschool Edith Stein/OCT vinden het boek ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding’ van grote betekenis voor iedereen die vanuit het onderwijs aan de opvoeding van kinderen bijdraagt.
Micha de Winter op VNG-congres:
(Bij de eerste druk:) Op pagina 141 zijn helaas de slotzinnen weggevallen. De nu ontbrekende tekst luidt:
Om dat democratisch burgerschap tot bloei te brengen zijn kennis en vaardigheden nodig. Je moet over de capaciteiten en inzichten beschikken om niet alle mensen met een andere religie of leefgewoonten over één kam te scheren. Maar, die capaciteiten en dat inzicht moet je vervolgens ook wíllen toepassen en daar is een krachtig moreel kader voor nodig.
In een democratie, zo schreef ik al eerder, zijn opvoeding en onderwijs de belangrijkste instrumenten om de gevaren die die democratie zelf bedreigen, te keren (De Winter, 2007). Dehumanisering, etnische of religieuze haat, morele uitsluiting zijn ook heden ten dage grote bedreigingen van de democratic way of life, maar ook van de democratie zelf. Universele mensenrechten vormen, hoe fragiel ook, een overkoepelend normatief raamwerk waarin mensen, en dus ook kinderen en jongeren, het recht hebben om in alle opzichten verschillend te zijn. Dat normatieve kader is, naast het benodigde sociale en psychologische gereedschap, het belangrijkste wapen tegen onverschilligheid en morele uitsluiting.