Atty van Gijn


Als kind al droomde Atty van Gijn(1943) ervan boeken te schrijven. Na haar eindexamen gymnasium wilde ze dan ook Nederlands studeren, dat leek haar een goed opstapje naar het schrijverschap. Maar tussen droom en daad zaten (vaderlijke) wetten in de weg en praktische bezwaren.

Uit de koers zakte ze af naar Frankrijk, daar werkte ze een jaar lang als vrijwilligster in een tehuis voor ongehuwde moeders annex kindertehuis.

Terug in Nederland zette ze deze -sociale- lijn door. Ze volgde een opleiding tot maatschappelijk werkster en na de afronding daarvan in1968 ging ze, opnieuw als vrijwilligster, een half jaar werken in een kibboets in Israël en enkele maanden bij majoor Bosshardt in het Goodwill Centrum van het Leger des Heils.
In 1969 vertrok ze naar Tunesië waar ze ruim vier jaar werkzaam was in een staatstehuis voor delinquente meisjes.
Sinds haar terugkeer naar Nederland in 1973 werkte ze tot 1999 bij de Raad voor de Kinderbescherming in Arnhem; de laatste vier jaar uitgeleend aan het Bureau Vertrouwens Arts, het latere Advies en Meldpunt Kindermishandeling.
In haar tijd bij de Raad volgde ze diverse applicatiecursussen en voltooide ze in 1976 de Voortgezette Opleiding Maatschappelijk Werk .

Pas tegen haar 50ste haalde ze haar oude droom uit het stof en schreef ze haar eerste roman, gebaseerd op haar ervaringen in Tunesië. Drie jaar later volgde een novelle.
Tenslotte verscheen bij SWP een bundel met tien literaire verhalen uit de praktijk van de Kinderbescherming. Daarmee kwamen haar beide kanten, die van bevlogen maatschappelijk werkster en die van schrijfster samen.

Titels
[/list]
  • Ze zeggen dat ik niet dansen kan (Vita 1993, roman)
  • Prima rinse appelstroop (Kwadraat 1996, novelle)
  • Dit is het land waar grote mensen wonen,
    - tien verhalen uit de praktijk van de kinderbescherming. Met een voorwoord van Rita Kohnstamm (SWP 2005)
    [/list]
  • Atty  van Gijn