Conny Eisinga


Toen ik 15 jaar was ging ik op tienertoer (voor weinig geld een week treinen door Nederland) met een vriendenclubje. Ik sleepte mijn vrienden vanuit Breda mee naar het Planetarium in Franeker omdat mijn vader me had verteld dat Eise Eisinga mijn voorouder was en ik daar trots op kon zijn. Wij vonden het museum een juweeltje. Aan het einde van zijn verhaal vertelde de gids nog even dat er geen nakomelingen van deze Eise Eisinga meer zijn omdat er uiteindelijk alleen meisjes werden geboren. Weg was mijn reputatie.

Ik kreeg zelf vier zonen met wie ik ook het planetarium heb bezocht toen ze klein waren. Zij waren verbaasd over het schouwspel en ik loog dat we familie waren van deze beroemde man.



Inmiddels ben ik 50 jaar, werk ik mijn halve leven in het onderwijs en zijn mijn kinderen langzaam de pubertijd aan het ontworstelen. Tijdens het schrijven van het boek “Een raadsel op zolder” heb ik niet anders gedacht dan dat ik mij verdiepte in het leven van mijn eigen over-over-over-opa. Ik begon zelfs overeenkomst in karaktereigenschappen te ontdekken. Maar wat is er mis met een heerlijke leugen?