Survivaltips voor jongeren die uit huis zijn geplaatst


Survivaltips voor jongeren die uit huis zijn geplaatst

Hoe overleef je de zoveelste woongroep of het gezinshuis? In een boekje geven jongeren survivaltips. Blijf optimistisch, bijvoorbeeld: 'Als je lacht gaan je hersenen vanzelf geloven dat je gelukkig bent.'

Bron: Maaike Bezemer voor Trouw.nl, 2 augustus 2018.

De presentatie is misschien niet het beste moment om een paar meiden te spreken. Voordat het eerste boek wordt overhandigd aan kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer moeten ze een theatervoorstelling spelen. Ze zijn hyper. Als er pizza's zijn bezorgd en ze het repertoire nóg een keer moeten doornemen, wordt het Bonita (15) te veel. Ze kapt er mee. Eenmaal aan tafel kan ze het wel uitleggen. "Ik had gewoon honger, ik had echt geen energie meer. Dan moet ik eerst eten."

Het theater in Alphen aan den Rijn ligt op het terrein van jeugdzorginstelling Horizon. Sommige tipgevers uit het boek wonen hier. Anderen komen van groepen of gezinshuizen elders in het land. Een enkeling woont al op zichzelf.

Kinderen worden meestal uit huis geplaatst omdat het bij hun ouders niet veilig is, of omdat vader of moeder de opvoeding niet aan kan. Zo'n 20.000 kinderen zitten daarom in een pleeggezin. Voor zo'n 24.000 uithuisgeplaatsten is meer professionele begeleiding nodig, bijvoorbeeld omdat ze last hebben van psychische aandoeningen of probleemgedrag. Hilal (14) doet daar niet geheimzinnig over: "Sorry dat ik het zeg, het klinkt een beetje bot, maar als je niet thuis kan wonen, dan is daar een reden voor. Je maakt veel mee, dan gaat het niet goed met je."

Juist vanwege hun pittige ervaringen heeft Jorien Meerdink, de samensteller van de survivalgids, ze als bron gebruikt. "Ik vind het knap: zoveel doorstaan en dan toch overeind blijven. Wat een veerkracht moet je dan hebben." Met haar stichting Wesp adviseert ze al dertig jaar zorginstellingen, sociaal werkers en onderwijzers. En altijd door eerst bij jongeren te achterhalen wat die vinden en wensen. Meerdink: "Ze hebben de beste tips en adviezen. Ik hoor zoveel teksten die waardevol zijn."

Meerdink kent veel meiden en jongens van haar logeeropvang in Noordwijkerhout. De Zeeboerderij heet het, een groot landgoed, met moestuin en speelveld. Ze vangt daar kinderen op die in de vakantie of het weekend niet naar familie kunnen.

Meerdink probeert de logés altijd iets extra's te bieden: muziekworkshops, bezoek aan een museum, een cursus van een professionele kunstenares. Daar is de voorstelling vandaag ook uit voortgekomen. "De jeugdzorg is een echte praatcultuur. Het is fijn als deze kinderen zich eens op een andere manier kunnen uiten. Met elkaar iets constructiefs doen. Op die manier ontdekken ze ook talenten bij zichzelf." In haar huis kunnen logés trouwens net zo goed hangen of tv kijken, verduidelijkt ze. "Het moet vooral een plek zijn waar ze zich thuis mogen voelen."

Steeds weer verhuizen

Het decor in het Alphense theater bestaat uit niet veel meer dan een voordeur. Op het toneel sjouwen de meiden met koffers rond. Het geeft in de kern hun leven weer: steeds verhuizen. Er zijn geen harde cijfers over het aantal wisselingen per kind. Lector Peer van der Helm, deskundige op het gebied van instellingszorg, heeft onlangs geteld hoeveel adressen kinderen in een gezinshuis achter de rug hebben, 3,6 was het gemiddelde. Maar hij schat dat zo'n 5000 kinderen nog veel vaker worden verplaatst. Het zure is, vertelt hij aan de telefoon, dat elke 'overplaatsing' weer een nieuwe negatieve ervaring is en leidt tot nog moeilijker gedrag. Veel jongeren komen daardoor nog steeds terecht in een gesloten instelling, met vrijheidsbeperkingen.

Mabel (15) heeft op minstens twaalf verschillende plekken gewoond, vertelt ze tussen de bedrijven door. In zeven jaar tijd. "Een jaar of twee samen met mijn moeder in een opvang, drie keer in een pleeggezin, zes keer in een groep", telt ze. "Je leert veel plaatsen kennen", merkt Hilal droog op. Zij heeft in drie verschillende provincies gewoond. In de instelling in Alphen is ze nu het langst; tweeënhalf jaar. Kim (15) is tien keer verhuisd. Ze zit nu nog in een laatste behandeltraject en gaat dan op kamertraining. "Ik kan niet wachten. Ik wil heel graag meer zelfstandigheid."

De survivaltips in het boek gaan vooral over het aarden in een nieuwe omgeving. Het is een van de moeilijkste dingen, zegt Mabel: "Dan is het in een groep gelukt om je thuis te voelen, moet je weer bij nul beginnen, steeds weer opnieuw een band opbouwen." De pleegouders, of de andere kinderen met wie ze woonde, ziet ze vaak niet meer. "Je laat elke keer een stukje van jezelf achter. En je raakt het vertrouwen kwijt om vrienden te maken."

Het is echt hard, zegt ze. "Maar het wordt deel van je leven." Hilal doet er ook nuchter over: "Die verhuizingen zijn net zo gewoon als de boterham met kaas die je elke dag eet. Nou ja, met chocopasta."

De geïnterviewde meiden worden vanwege hun privacy alleen met hun voornaam genoemd. Mabel is een gefingeerde naam. Alle achternamen zijn bekend bij de redactie.

Tips uit de survivalgids: trek je niet terug

In de voorstelling dragen de meiden letterlijk een masker: onbewogen gezichten zonder emoties. In het echt verschuilen ze zich nogal eens achter stoer gedrag en een grote mond. Maar daarvan zeggen ze zelf in hun boekje: Doe het niet. Om te overleven in de jeugdzorg moet je anderen leren kennen, laten zien wie je bent. En dat kunnen jongeren heel praktisch aanpakken, meldt een meisje: 'Als je nieuw bent in een huis, ga gewoon bij de rest zitten, ga ook tv kijken, ook al interesseert het je niet zo veel.'

'Als mensen je niet kennen, heb je eigenlijk niks aan ze', schrijft een jongen. 'Nu zien ze aan me als ik verdriet heb en vragen ze of ze wat voor me kunnen doen.'

De meiden in Alphen denken dat het in een groep makkelijker is om jezelf te zijn, makkelijker dan in een gezinshuis. Een gezinshuis is een soort pleeggezin, maar dan met ouders die ervaring en een opleiding hebben in de jeugdzorg. Vaak hebben deze ouders zelf ook een gezin. Hilal: "In een groep ben je meer gelijk."

Kim vindt het hoe dan ook makkelijker om open te zijn tegen andere kinderen dan tegen de leiding. "Zij hebben dezelfde dingen meegemaakt, begrijpen je beter." Bonita knikt instemmend: "Kijk wat er net gebeurde met die pizza's. Als je honger hebt, moet je eten. Dat begrijpen volwassenen niet."

Zorg voor een eigen plek

Om open en benaderbaar te zijn, moet je ook een eigen plek hebben, om je terug te kunnen trekken. Mabel: "Mijn kamer is heilig, dat is mijn zenplek, mijn tijd."

Als je naar een ander huis of andere groep gaat, neem niet alleen dingen mee die je nodig hebt, zeggen de jongeren. Maar ook dingen die een vertrouwd gevoel geven. Sommige kinderen worden door de politie uit huis gehaald, dan is er nauwelijks tijd om persoonlijke spullen mee te nemen. 'Vraag dan of je wat mag kopen voor jezelf', is de nuchtere tip.

Behoud je contacten

Over het gezin waarin ze zijn geboren, vertellen de meiden in Alphen liever niet te veel. Ze zijn niet voor niets uit huis geplaatst, verduidelijkt Jorien Meerdink. "Soms is de verhouding met de ouders ernstig verstoord." Het doet ook pijn, zeggen de meiden. Sylvanna (13) heeft negen broers en zussen, maar nauwelijks contact met hen. Mabel is tante van twintig voor haar vrijwel onbekende kinderen. "Mensen geloven het soms niet."

Toch zijn er misschien wel andere familieleden waar je nog terecht kunt, opperen de jongeren in het boekje. Een meisje schreef op wie belangrijk voor haar waren: oma, tante, de ouders van haar beste vriend. Toen is er een familiebijeenkomst voor haar georganiseerd en gevraagd bij wie ze kon wonen. 'Op dit moment lukt wonen nog niet, maar ik mag nu wel in weekenden logeren bij familie', schrijft ze.

Sociale media zijn ook een uitkomst, tipt de gids. 'Ik heb mijn oma gevonden via Facebook', schrijft een meisje. 'Zij is nu een hele steun voor mij.'

Stel vragen

Uit het boekje blijkt dat er best veel onduidelijk is voor kinderen in groepen en gezinshuizen. Hilal was er vroeger boos om: "Je hebt helemaal niks te zeggen over waar je terecht komt. Als je klein bent, begrijp je het niet. Het is ook moeilijk om te accepteren. Elke keer zeiden ze dat ik kon blijven tot ik achttien was, maar het langste dat ik ergens woonde, was tweeënhalf jaar."

Het hangt van jezelf af hoeveel inspraak je hebt, zeggen ze in het boekje: stel gewoon vragen. Een jongen vroeg bijvoorbeeld aan zijn mentor wat voor soorten opvang er allemaal zijn in de jeugdzorg. Toen hij duidelijk maakte dat hij slecht tegen drukte kan, zei de mentor dat hij misschien beter naar een gezinshuis kon, dan naar een groep.

Een meisje schrijft over het zogenaamde beandelingsplan dat ze onder haar neus kreeg. Daarin stond wat ze allemaal moest verbeteren. 'Je denkt dan dat jij de schuld bent van de situatie.' Ze heeft het nagevraagd bij haar mentor en die schrok er van. 'Die zei dat ik helemaal niet schuldig was. Ga dus niet zitten invullen, maar vraag het na!'

Piekeren mag

Als je niet meer thuis kunt wonen, lopen allerlei gevoelens door elkaar: verdriet, opluchting, angst. Hilal: "Je weet niet goed wie je bent, je raakt dat kwijt."

Een meisje in het boek verwoordt het zo: 'De eerste keer dat ik mijn ouders weer zag, dacht ik: leuk! Maar het schoot me ook te binnen dat ik niet meer terug naar huis kan. Ik was verdrietig en overstuur. Ik weet niet precies, maar volgens mij is er een stukje dat breekt of zo.'

De survivalgids geeft aan dat wisselende gevoelens heel normaal zijn, dat deze jongeren niet gek zijn, als ze in de war zijn. En ook hierin hebben de ervaringsdeskundigen weer een nuchter advies: sommige dingen moet je accepteren, daar moet je mee leren leven. 'Accepteer het goede en het slechte', zeggen ze in het boek. 'Piekeren hoort erbij. Er tegen vechten werkt averechts'. Een jongen adviseert: je kan beter nadenken dan piekeren, bij piekeren herhaal je steeds dezelfde gedachten. Zodra ik merk dat ik weer begin pak ik pen en papier. Elke gedachte mag ik maar één keer opschrijven. Nou, dan ben je best gauw klaar.'

Blijf optimistisch

Het boek is ook bedoeld als bemoediging, zegt Jorien Meerdink. "Kinderen moeten natuurlijk geen toneel spelen als ze zich rot voelen, maar de jongeren die wij hebben gesproken geven aan dat het helpt om optimistisch te blijven."

Ook hierin praktische tips voor de leefgroep: maak een muur met foto's van de leuke dingen die je samen hebt gedaan. Bonita met ervaring in groepen, een pleeggezin en gezinshuizen: "Ik heb me zo vaak rot gevoeld, maar het helpt als je tegen jezelf zegt: het komt goed. Dat moet je denken." Een meisje in het boek: 'Als je lacht gaan je hersenen vanzelf geloven dat je gelukkig bent.'

Survivalgids is verkijgbaar bij uitgeverij SWP voor 14.95 euro. Zie onder meer www.swpbook.com. Jongeren in gezinshuizen en groepen krijgen het boekje gratis en kunnen het bestellen door een mail te sturen aan: jorien.meerdink@wespweb.nl.


03-08-2018