In deze bundel over "de stem van het kind in de knel" staat een vraag centraal: luisteren we werkelijk serieus naar kinderen die zich in een lastige situatie bevinden? In zijn redactionele inleiding schetst Ido Weijers een dubbelbeeld. Enerzijds is er onder professionals de afgelopen jaren meer oog gekomen voor de inbreng van het kind – bij kinder- en familierechters, in de palliatieve zorg, en in technieken om met kinderen te praten over scheiding, mishandeling of trauma. Anderzijds worden we geregeld pijnlijk geconfronteerd met situaties waarin de stem van het kind is genegeerd. Denk aan het drama met het Vlaardingse meisje in 2024 en het recente drama in Stadskanaal. In beide gevallen werden signalen en verhalen van de kinderen nauwelijks gehoord en serieus opgepakt. Weijers wijst onder meer op een recente casus waarin een rechter in kort geding kinderen zonder hen te horen bij hun moeder weghaalt en naar rapporten over misstanden in de jeugdzorg (Jeugddorp De Glind, Hoenderloo).
Belang versus stem. Het kernspanningsveld is de verhouding tussen artikel 12 IVRK (de autonomie/mening van het kind) en artikel 3 IVRK (het belang van het kind). In abstracto versterken die elkaar, maar in concrete gevallen – met name bij uithuisplaatsing – kunnen ze stevig botsen. Terecht wijzen professionals er vaak op dat kinderen niet altijd kunnen verwoorden wat goed voor hen is (en onder druk van ouders kunnen staan). Daartegenover stellen met name ervaringsdeskundigen dat je geen beslissing mag nemen tegen de uitdrukkelijke wens van het kind in. Net als in de bijdragen van verschillende andere auteurs aan deze bundel stelt Weijers in de inleiding, dat de stem van het kind altijd serieus moet worden genomen en expliciet moet worden meegewogen, ook al wordt die niet volledig gevolgd. De oplossing ligt in shared decisionmaking tussen kind, ouders en professionals – samen zoeken naar (tussen)oplossingen en vooral: in gesprek blijven met het kind.
Afbakening en kader. Het boek gaat niet over politieke participatie of inspraakmodellen, maar uitsluitend over situaties waarin kinderen rechtstreeks in de knel raken. Weijers wijst naar het veel gebruikte Lundy-model (ruimte, stem, gehoor, invloed) en voegt daar twee criteria aan toe: samen met het kind naar oplossingen zoeken (5) en met het kind in gesprek blijven (6).
Structurele problemen. Hij plaatst dit alles tegen de achtergrond van de huidige situatie in de jeugdzorg, die kampt met versnippering, decentralisatie, marktwerking, lange wachttijden en verdringing van specialistische zorg. Continuïteit en "in gesprek blijven" zijn daardoor steeds moeilijker. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (2026) biedt mogelijk een lichtpunt.
De negen hoofdstukken:
Rode draad: door alle uiteenlopende onderwerpen heen keert telkens dezelfde vraag terug – hoe en in hoeverre komt de stem van het kind werkelijk aan bod?