Tijdens een crisis wil iedereen helpen


Tijdens een crisis wil iedereen helpen

Een crisis als deze biedt belangrijke lessen voor organisaties die met vrijwilligers werken. Dat mensen zich massaal om elkaar bekommeren in tijden van nood is voor mij niets nieuws: ik kom zelf uit de rampenhulpverleningshoek. . Daarom heb ik me altijd verbaasd over de aanname dat we als mensen zo weinig voor elkaar over hebben en vooral op onszelf gericht zijn. Gelukkig heeft Rutger Bregman met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ hier korte metten mee gemaakt.

De overweldigende actiebereidheid van Nederlanders lijkt haaks te staan op berichten van de afgelopen jaren dat organisaties die werken met vrijwilligers steeds meer moeite hebben om deze vrijwilligers te vinden. Al die energie zit in onze samenleving, maar blijkbaar lukt het niet om dat structureel eruit te halen. Waar gaat dat nou mis en wat kunnen deze organisaties leren van crisissen voor de ‘gewone’ praktijk?

Ten eerste leren crisissen en rampen ons, dat het gevoel van onmacht dat dit oproept appelleert aan de behoefte om iets te doen. Het gevoel van machteloosheid is iets dat we graag willen verminderen. Dat doen we dus door in actie te komen. Door dingen te doen waar we wel invloed op hebben en in ieder geval iets van het gevoel van controle teruggeven. Kortom, de motivatie om tot actie over te gaan en niet alleen er over te denken is hoog.

Een tweede les is dat we in tijden van nood graag tastbare dingen doen. Concrete acties die direct resultaat geven. Daarom spreekt het aan om als ergens eten over is (de restaurants) dit te delen op plekken waar tekorten zijn (mensen thuis in isolement). De nood is geledigd, al is het maar voor dat moment. Ook hierin is het element van controle terugkrijgen in te zien, omdat we eenvoudige oplossingen bieden voor complexe situaties. Hierin ligt dus ook een voorkeur voor oplossingen voor de korte termijn.

Actiebereidheid is sterk gerelateerd aan wederkerigheid, de derde les die we kunnen trekken. Dat wat gebeurt, levert een dankbare blik op van een ander. Het geeft een gevoel van goed doen en zelfwaardering. Of het maakt dat we ons deel voelen van iets groters. Zomaar wat voorbeelden van de winst voor de gever. Het gaat voor de meeste van ons om onmiddellijke voldoening. Uitbetaling in het moment, waardering in het moment. Samen de schouders eronder en vervolgens tegen elkaar zeggen: “Zie je wel dat we goede dingen doen!”

Maar wat moet je hier als organisatie nu mee? Je kunt moeilijk crisissen organiseren zodat Nederlanders je komen helpen. Tenminste, ethisch gezien zal dat voor de meeste organisaties niet de voorkeur hebben. Maar wat dan wel?

Onmacht willen verminderen is niet de enige motivator waardoor mensen in actie komen, er zijn er velen zoals plezier, zich persoonlijk kunnen ontwikkelingen en anderen helpen. Door dicht bij de motivatie van mensen te blijven en de motivatie te vergroten, wordt de stap naar actie kleiner. Dit vraagt niet alleen dat je de motivatie van de vrijwilliger kent, maar ook weet hoe je dat vuur kunt aanwakkeren. Door bijvoorbeeld te laten zien hoe het vrijwilligerswerk helpt om het verschil te maken in hun eigen leven of in het leven van anderen.

Dit sluit aan bij de behoefte aan wederkerigheid, les 3 uit de crisissen. Die wederkerigheid is ook in de ‘gewone’ vrijwilligerssituatie van belang. Alleen doen we daar heel vaak besmuikt over en alsof het niet mag dat het de vrijwilliger ook iets oplevert. Alsof het egoïstisch is om wat terug te willen krijgen. In crisissen doen we dat juist zo goed, het belonen van de actie. Door positieve waardering uit te spreken en er samen van te genieten. De natuurlijkheid waarmee we dat doen in crisistijd moeten we transporteren naar de rest van de tijd. Daar is een grote winst te behalen voor de meeste organisaties. Sterker nog, ik durf te zeggen dat hier de grootste winst zit voor die organisaties die moeite hebben vrijwilligers te vinden.

Combineer dit met het inzetten van vrijwilligers op duidelijke effecten. Om gemotiveerd te blijven is het belangrijk dat de vrijwilliger kan zien welk effect het werk heeft. De korte termijn is belangrijk. Niet dat de problemen op korte termijn opgelost worden, maar wel dat stappen zichtbaar zijn. Vrijwilligers zijn niet gebaad bij pappen en nathouden, bij werk dat eigenlijk nergens toe bijdraagt en problemen niet oplost.

Geschreven door auteur Cindy Koopsen- van de Kolk van Vrijwillgers Centraal. 

Cindy Koopsen-van de Kolk heeft twee BA- opleidingen afgerond: Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (2001) en Management, Economie en Recht (2009). De loopbaan van Cindy kenmerkt zich door een verscheidenheid aan ervaringen. Zij heeft diverse functies in de non-profit sector en zorgsector gehad, waarbij zij zich concentreerde op belangenbehartiging, coördinatie en procesmanagement. Sinds 2010 zet zij zich via haar bedrijf Simpel en Duidelijk Advies in om vrijwilligers en hun organisaties met elkaar te verbinden. In haar boek Vrijwilligers centraal bepleit Cindy dat deze kracht van mensen eisen stelt aan organisaties en hun inrichting. Organisaties moeten zich realiseren dat zij dankbaar mogen zijn dat zij de vruchten mogen plukken van deze inzet. Dit vraagt om facilitairen, goede zorg voor het individu, dankbaarheid, erkenning, de vrijwilliger in de lead zetten. Het is immers de vrijwilliger die kan bepalen wanneer hij of zij de organisatie instapt en uitstapt. Haar methode biedt handvatten om samen te werken vanuit dit gedachtegoed. www.werkenmetvrijwilligers.nl is de website van Cindy.


19-03-2020