Nederland in verwarring door rellende jongeren


Nederland in verwarring door rellende jongeren

Sinds een paar dagen teistert agressie, vernieling en straatgeweld ons land. De vele beelden die ons vrijwel onafgebroken voorgehouden worden via kranten en tv-zenders maken een diepe indruk op iedere burger. En in een land van 17 miljoen meningen en opvattingen lijkt de verwarring compleet. Talkshows laten beleidsmakers, wetenschappers en losse passanten aan het woord om hun mening te ventileren: de kijker kijkt toe in groeiend onbehagen. 

Dé informatie, dé mening, dé opvatting die eenduidig en doeltreffend is, bestaat niet. Er is nauwelijks consensus over aard en motieven van de relschoppers en ook geen gemeenschappelijk gedragen idee over de aanpak daarvan. Meninggevers en opvatters kiezen zo hun eigen werkelijkheid en de toehoorder neemt daarvan op wat zijn of haar eigen beeld daarvan nog verder onderstreept. Een verdere escalatie in denken en doen ligt in het verschiet en de stembusuitslag zal hierdoor ook wel worden beïnvloed. Een mooie opiniërende bijdrage is die van Piet Winkelaar, onder meer een voormalig opbouwwerker die een poging wil doen om verder afglijden te voorkomen.

Voorlopig houden we ons bij feiten: het is zo dat met name groepen jongeren die elkaar ophitsen in sociale media-mogelijkheden straatterreur uitoefenen, daarbij veel schade aanrichtend. Eén verklaring voor deze acties is feitelijk niet te geven. Natuurlijk is er een stevige 'Corona'-beperking op het uitgaansleven, op het kunnen ontmoeten. En natuurlijk leidt dat tot frustratie en boosheid. Waar volwassenen zich nog grotendeels kunnen schikken, is dat voor onvolwassenen lastiger - zeker voor hen die sociaal-economisch al aan de verkeerde kant van het bestaansminimum zitten.

Acties met geweld worden nu geweerd met ingrijpen door politie en justitie en dat is voor de korte termijn ook het meest logische om te doen. Zo zit onze rechtsstaat in elkaar. Maar de kortetermijnrepressie zal volgende week, volgende maand of volgend jaar geen houdbare verbetering opleveren. Daar moet toch een ander soort begeleiding opgezet worden om de verbinding met deze jongeren weer vorm te geven. 

In de laatste decennia is het club- en buurthuiswerk in gemeenten flink uitgefaseerd. Het beroep opbouwwerker bestaat in die vorm niet meer. Met het verdwijnen van buurthuizen zijn ook jongerenwerkers in de minderheid ten opzichte van wijkagenten. En dat beleid vertaalt zich nu in jongeren waarmee de verbinding verloren is en die hun eigen pad kiezen - en in dit geval het verkeerde pad. Ido Weijers schreef over jeugdcriminaliteit de nodige boeken (over jeugdrecht, veelplegers), Jan van der Ploeg leverde deze maand zijn GrensjongerenHenk Ferwerda publiceerde over jeugdcriminaliteit  als het gaat om aanpak van jeugdige criminelen: straffen waar nodig, begeleiden waar het anders kan.

In die zin is dit ook een pleidooi voor een beleid dat de sociale infrastructuur herstelt. Het opleiden en aan de slag helpen van (ervaringsdeskundige) jongerenwerkers zou een stap in de goede richting zijn. Hoe jongerenwerk werkt aan preventie valt hier te lezen, maar ook elders is kennis te halen via boeken,  via kennisbanken, via landelijke organisaties.  Niet te missen kennis voor beleidsambtenaren en wethouders. Het is geen instant-oplossing voor vandaag, maar zeker wel voor de toekomst. 

 

 

 

 

 


26-01-2021